Warren Buffett

Warren Buffett en Berkshire Hathaway

Warren Buffett is één van de meest gerespecteerde beleggers ter wereld. Hij heeft enorm veel succes met zijn beleggingstechniek, het Value Beleggen. Die techniek houdt in dat je aandelen koopt die ondergewaardeerd worden door de beurs. Met andere woorden, de beurs geeft aan dat een bepaald aandeel heel goedkoop is, terwijl het eigenlijk meer waard is. Het wordt dan voordelig deze aandelen op te kopen en later voor de echte waarde te verkopen. Als de beurs je aandelen overwaardeert kun je ze zelfs met nog meer winst verkopen.

 

Tijdens de jaarvergadering van Berkshire Hathaway Inc. zijn ruim 35.000 aandeelhouders aanwezig.

 

Warren Buffett

Buffett is de algemeen directeur van Berkshire Hathaway, een beleggingsfonds dat aandelen van andere bedrijven bezit en hele bedrijven opkoopt. Buffett staat bekend om zijn nuchtere manier van zakendoen. Sinds het begin van zijn carrière heeft hij een vermogen opgebouwd dat nu rond de $52 miljard ligt. Meer dan een jaar geleden gaf Buffett $37 miljard, toen de helft van zijn vermogen, aan de Bill & Melinda Gates Foundation.

De manier waarop hij de bedrijven selecteert zijn de sleutel tot zijn succes. Buffett heeft een fantastisch inzicht in bedrijven. Hij hanteert natuurlijk bepaalde criteria, maar heeft ook een goed instinct. Een sterke maag is ook belangrijk als je met zoveel geld te maken hebt.

En één ding is zeker, als iemand een goede controle over zijn emoties heeft, is het Buffett!

Buffett heeft een verfijnde strategie, waarmee hij elk jaar weer de Standard & Poor's 500 verslaat. Deze index geeft een betrouwbaar beeld van de ontwikkelingen op de aandelenmarkt in de Verenigde Staten. Tabel 1 op de volgende pagina laat zien met hoeveel procent de boekwaarde van een Berkshire-aandeel elk jaar steeg sinds de oprichting van Berkshire Hathaway. Dit percentage wordt vergeleken met de jaarlijkse procentuele stijging van de S&P 500. De derde kolom laat zien met welk percentage Buffett boven de index uitkomt. Een procentuele daling wordt aangegeven met haakjes. Zoals te zien is heeft de S&P 500 maar drie jaren een hoger percentage gehaald dan Buffett, en dat van de 43 jaren!

De gemiddelde groei van een Berkshire-aandeel op jaarbasis is 21,6%, en dat van een S&P aandeel is gemiddeld 9,9%. Buffetts doelstelling was 15%, en het is duidelijk dat hij die verwachting ruim heeft overtroffen. Het resultaat is nog indrukwekkender als je kijkt naar het feit dat we praten over het resultaat na belastingen. De inkomstenbelasting en heffingen op meerwaarden zijn erafgehaald, terwijl de S&P 500 geen rekening houdt met belastingen.

Tussen 1964 en 2009 steeg de waarde van een Berkshire-aandeel van $19 naar $102.000, wat een jaarlijkse stijging van ongeveer 21,1% betekent. De volgende grafiek illustreert dat.

Hoe kan het dat deze man zoveel beter presteert dan de gemiddelde belegger? Om een antwoord te verkrijgen kijken we naar de omstandigheden waarin Warren Buffett is opgegroeid en hoe hij zijn eerste stappen in de beleggingswereld zette. Ook kijken we naar de bedrijven waarin Buffett een participatie heeft genomen en, nog belangrijker, het management van deze bedrijven. Er loopt een rode draad door al deze bedrijven, wat een idee kan geven over de criteria van Buffett.

 

Biografie

Levensloop en eerste stappen in de beleggingswereld.

Warren Buffett werd geboren op 30 augustus 1930 in Omaha, Nebraska, in de Verenigde Staten. Hij is de zoon van Howard en Leila Buffett. Zijn vader Howard was een plaatselijke beursmakelaar en volksvertegenwoordiger voor de Republikeinse Partij. Buffett was als kind al gek op cijfers, hij was vooral heel goed in hoofdrekenen. Toen hij zes was begon hij op straat blikjes cola te verkopen. Hij kocht voor 25 cent 6 blikjes cola in, en verkocht ze weer voor 5 cent per stuk. Dit bracht hem een winst op van 16%. Op achtjarige leeftijd begon hij boeken van zijn vader te lezen over de beurs. Hij kocht toen ook zijn eerste aandelen: Cities Service Preferred.

Omdat zijn vader volksvertegenwoordiger was, woonde Buffett een tijd in Washington DC. Daar werd Buffett al gauw een ondernemer. Toen hij dertien was had hij twee krantenrondes. Hij bezorgde zowel de Washington Post als de Times-Herald. Met het geld dat hij daarmee verdiende, zo'n 175 dollar per week, kocht hij tweedehands flipperkasten, voor 25 dollar, die hij in kapperszaken neerzette.

Deze flipperkasten brachten hem 50 dollar per week op. Een paar jaar later kocht hij met een vriend een Rolls Royce, bouwjaar 1934, voor 350 dollar en verhuurde deze voor 35 dollar per dag. Kortom, toen Buffett zijn middelbare schooldiploma gehaald had op zestienjarige leeftijd had hij al $6000 bij elkaar gespaard.

Wat veel invloed heeft gehad op Buffett's werk is het boek The Intelligent Investor van Benjamin Graham. Hij las dit tijdens zijn laatste jaar aan de Wharton Business School in Nebraska. Toen hij zijn diploma op zak had vertrok hij naar New York om les te volgen bij Benjamin Graham aan de Columbia Graduate Business School. Graham had een wiskundige benaderingswijze als het ging om beleggen, wat Buffett sterk aansprak. Toen Buffett zijn MBA-diploma behaalde, keerde hij terug naar Omaha om bij zijn vaders makelaarskantoor te werken. In die tijd bleef hij nog wel in contact met Graham, onder andere om hem zijn persoonlijke beleggingsideeën voor te leggen. In 1954 vroeg Graham of Buffett naar New York wilde verhuizen om bij de Graham-Newman Corporation te komen werken. Op die manier kreeg hij elke dag te maken met Grahams strategie en filosofie. Er ontstonden echt veel frustraties binnen het bedrijf omdat Buffett zelf veel ideeën had die niet erg gewaardeerd werden. In 1956 werd het partnerschap dan ook ontbonden. Graham, die toen 61 was, ging met pensioen. Buffett ging terug naar Omaha, met een stuk meer ervaring. Hij was intussen 25 jaar oud, en zette met financiële steun van familie en vrienden een beleggingsvennootschap op. 

Deze beleggingsvennootschap bestond uit zeven partners die samen $105.000 inbrachten. Buffett was de voorzitter en investeerde $100. De partners kregen elk jaar 7% rente plus 75% van de winst van de vennootschap. De overige 25% zou naar Buffett gaan. De dertien jaren die volgden leverden een gemiddelde jaarlijkse winst op van 29,5%. De Dow Jones-index sloot in vijf van de dertien jaren lager dan de stand van begin januari het betreffende jaar, dus Buffett deed het lang niet slecht. Hij realiseerde elk jaar winst. Aan zijn partners beloofde hij ‘alleen te beleggen op basis van de waarde van een aandeel, en niet op basis van de populariteit ervan'. Hij zei dat hij ‘eventueel kapitaalverlies tot een minimum probeerde te beperken, al zou een tijdelijke koersdaling niet direct van aard zijn om in paniek en met verlies te verkopen'.

Buffett had niet alleen minderheidsposities in bedrijven, maar hij nam ook meerderheidsparticipaties en kocht bedrijven op. In 1961 kocht hij Dempster Mill Manufacturing Company,een bedrijf dat landbouwwerktuigen produceerde. Het jaar daarop kocht hij aandelen van een textielonderneming, Berkshire Hathaway.

Buffett kreeg een steeds betere reputatie, steeds meer mensen vroegen hem om hun geld te beheren. Er kwamen dus steeds meer aandeelhouders, wat leidde tot steeds meer beleggingsvennootschappen. In 1962 kwam er een reorganisatie, en Buffett bracht alles onder één vennootschap. Het kantoor zat eerst op zijn privé-adres, maar verhuisde toen naar het huidige adres, Kiewit Plaza in Omaha. De activa van de vennootschap waren in 1965 toegenomen tot 26 miljoen dollar.

In 1969 werd de vennootschap door Buffett ontbonden. De beurs was op dat ogenblik erg gevaarlijk. Er waren steeds minder goedkope aandelen met een ‘mooi stijgingspotentieel'.

Eind jaren zestig waren dure groeiaandelen erg populair op de beurs. Beleggers waren bereid om 50 tot 100 keer de winst per aandeel te betalen. Buffet wilde hier niet aan meedoen, en zei in een brief aan zijn partners het volgende: "Ik wil één ding duidelijk stellen, ik ben niet bereid mijn beproefde en succesvolle strategie, die ik volledig onder de knie heb, te laten varen (ook al betekent dit op korte termijn schijnbaar gemakkelijk geld laten liggen), ten voordele van een beleggingsmethode die ik niet begrijp, die ik niet eerder met succes heb toegepast en die tot een verlies van een groot gedeelte van ons kapitaal kan leiden".

Bij het opstarten van het Buffett Partnership was het doel gesteld om het jaarlijks 10% beter te doen dan de Dow Jones-index. Tussen 1957 en 1969 deed Buffett het inderdaad beter, met gemiddeld 22%. Iedereen kreeg in 1969 zijn deel uitgebetaald. Sommige aandeelhouders gingen beleggen in obligaties, sommige gingen naar Bill Ruane, studiekameraad van Buffett en vermogensbeheerder.

Er waren ook aandeelhouders die samen met Buffett zelf in Berkshire Hathaway investeerden. Buffett had een aandeel van 25 miljoen dollar, wat voldoende was voor volledige controle over Berkshire. De jaren daarna groeide de rijkdom van zowel Buffett als Berkshire Hathaway exponentieel.

 

De eerste jaren van Berkshire Hathaway.

In 1889 werd de Berkshire Cotton Manufacturing opgericht. Veertig jaar later werden de activiteiten van Berkshire samengevoegd met die van andere textielbedrijven, waardoor Berkshire één van de grootste industriële complexen van New England werd. Berkshire voldeed aan 25% van de vraag naar katoen binnen de VS. In 1955 fuseerde het bedrijf met Hathaway Manufacturing. Vanaf dat moment bestond Berkshire Hathaway. Na deze fusie waren er 15 fabrieken, meer dan 12.000 arbeiders en er was een opbrengst van meer dan $120 miljoen. Toch daalde de waarde van de onderneming in tien jaar tijd met de helft. Op een gegeven moment had Berkshire zelfs een verlies van 10 miljoen dollar. Toch nam Buffett's beleggingsvennootschap in 1962 het bedrijf onder zijn hoede. Buffett bestuurde samen met Ken Chace twintig jaar lang de onderneming.

Ze probeerden de toestand te verbeteren, maar het rendement op het eigen vermogen oversteeg nooit 10%.

Eind jaren zeventig begonnen aandeelhouders van Berkshire te twijfelen of ze nog langer zouden investeren in de textielsector. Buffett gaf openlijk toe dat de textielsector in moeilijkheden was, maar hij had wel degelijk een strategie: Textielondernemingen waren de grootste werkverschaffers in de omgeving, het personeel had gemiddeld een hoge leeftijd en zou niet zomaar ergens anders kunnen gaan werken, het bestuur van de textielondernemingen wilde graag meewerken aan een reorganisatie, de vakbonden waren erg redelijk en Buffett wist gewoon zeker dat de sector winstgevend zou kunnen zijn.

Toch wilde Buffett dat Berkshire winstgevend zou worden zonder zware kapitaalinjecties. In een jaarverslag zei hij: "Ik zal nooit een onderneming sluiten die een beetje te weinig winst maakt, enkel en alleen om het rendement van ons beleggingsfonds lichtjes op te krikken, maar ik vind het even misplaatst om geld te blijven pompen in ondernemingen die duidelijk nooit winstgevend zullen zijn. Adam Smith zou het met mijn eerste stelling niet eens zijn, Karl Marx niet met mijn tweede. Ik bewandel de gulden middenweg, en voel me daar goed bij."

In het begin van de jaren tachtig bleek dat hoge rendementen op investeringen in de textielsector gewoonweg onmogelijk waren. Buitenlandse concurrenten werkten met goedkopere arbeidskrachten.Om concurrentieel te blijven hadden de bedrijven kapitaalinjecties nodig. Er was in die tijd hoge inflatie, dus dat was geen mooi vooruitzicht. Zeker niet omdat iedereen wist dat de rendementen op de investeringen laag zouden blijven.

Buffett moest een keuze maken. Hij kon vers geld in Berkshire stoppen om haar concurrentieel te houden, maar dan zou het Berkshire Hathaway-fonds een periode van lage rendementen tegemoetgaan. Als hij niet investeerde, dan zou het bedrijf failliet gaan door de concurrentie van de buitenlandse producenten met hun goedkope arbeidskrachten.

In juli 1985 stopte Buffett met Berkshire Hathaway. Toch kon er volgens Buffett uit dit verhaal een wijze les worden gehaald: Turnarounds lukken uiterst zelden.

Ondanks alles had Berkshire Hathaway het beleggingsfonds (dat het Berkshire Hathaway-fonds bleef heten) van Buffett de vorige jaren voldoende geld opgeleverd om een verzekeringsmaatschappij te kopen. Dat verhaal werd een stuk succesvoller.

 

De verzekeringswereld.

Berkshire Hathaway kocht in maart 1967 voor 8,6 miljoen dollar de vrij uitstaande aandelen van twee verzekeringsmaatschappijen, beide met een hoofdkwartier in Omaha: National Indemnity Company en National Fire & Marine Insurance Company.

Verzekeringsmaatschappijen zijn erg waardevol voor de portefeuille van een beleggingsfonds.

Premie-ontvangsten zijn een constante geldstroom binnen een verzekeringsmaatschappij. Dat geld beleggen verzekeraars totdat ze een schadeclaim moeten uitbetalen. Wanneer dat gebeurt valt niet te voorspellen, en daarom kiezen verzekeraars voor ‘goed verhandelbaar waardepapier', vooral aandelen en obligaties. Buffett kocht dus behalve twee gezonde bedrijven ook een beleggingsportefeuille.

In 1967 bezaten National Indemnity en National Fire & Marine Insurance samen een obligatieportefeuille van $25 miljoen en een aandelenportefeuille van $7 miljoen. Twee jaar laten was de samengevoegde waarde gestegen tot ongeveer $42 miljoen(!). Buffett bleek keer op keer een doorgewinterde belegger. Hij had eerder al een succesvolle beleggingsportefeuille bij Berkshire Hathaway. Toen Buffett het bedrijf overnam, was de waarde van de portefeuille $2,9 miljoen, wat een jaar later gestegen was tot $5,4 miljoen. In 1967 verdiende Berkshire meer geld met beleggen dan met de verkoop van textielproducten.

De verzekeringsbranche was een erg winstgevende sector in de late jaren zestig. In 1967 verdiende National Indemnity $1,6 miljoen op $16,8 miljoen premie-ontvangsten. De winst steeg één jaar later naar $2,2 miljoen en de premie-ontvangsten naar $20 miljoen.

Daardoor begon Buffett steeds meer in de verzekeringsbranche te investeren. Hij kocht drie verzekeringsmaatschappijen in de jaren '70 en reorganiseerde er vijf.

Ondanks al het succes begon Buffett zich zorgen te maken over de sector. Er waren een aantal stijgende kostenposten die hij niet onder controle kon krijgen. Deze werden veroorzaakt door een aantal factoren. De consumentenprijsindex steeg met een jaarlijks gemiddelde van 3%, maar de autokosten en de tarieven van de medische bijstand stegen driemaal zo snel. De schadevergoedingen die rechtbanken toekenden stegen gigantisch (ten nadele van verzekeringsmaatschappijen).

De kosten voor een verzekeringsmaatschappij stegen met 1% per maand. Het was dus belangrijk dat de premie-inkomsten ook zo snel zouden stijgen, anders zou de winstmarge enorm dalen.De premie-inkomsten stegen echter niet, ze daalden.Veel verzekeringsmaatschappijen lieten hun prijzen zakken om zo marktaandeel te winnen. Ze verkochten dus polissen met verlies. Buffett wilde dit niet overnemen. Hij liet zijn maatschappijen zich op een andere manier onderscheiden van de concurrentie. In de eerste plaats moest de balans financieel gezond gehouden worden. Verder maakte het niet uit hoeveel mensen zich verzekerden bij Berkshire. Het was belangrijker dat er tegen redelijke prijzen verkocht werd. Eerst vertrokken de verzekeraars bij Berkshire omdat ze bij andere verzekeringsmaatschappijen lagere prijzen kregen, maar deze maatschappijen gingen uiteindelijk allemaal failliet en de verzekeraars kwamen weer terug bij Berkshire. Buffett zei hierover het volgende: "We groeien als het aanbod op de markt klein is, en we verliezen marktaandeel wanneer binnen de sector overcapaciteit dreigt. Wij voeren een politiek van stabiliteit en laten ons niet verleiden tot een prijzenoorlog. Deze strategie bewijst op termijn steeds de verstandigste, en vooral de meest winstgevende te zijn."

Er zijn ook verschillende bedrijven buiten de verzekeringssector in Buffett's beleggingsportefeuille.

 

Bedrijven buiten de verzekeringssector.

Er waren behalve verzekeringsmaatschappijen ook verschillende bedrijven buiten de verzekeringssector waarvoor Buffett zich interesseerde. Na National Indemnity Company en National Fire & Marine Insurance Company nam hij de volgende bedrijven over: Een krant, een snoepfabriek, een meubelwinkel, een juwelierswinkel, een uitgever van encyclopedieën, een stofzuigerproducent, en een onderneming die uniformen maakt en verkoopt.

Door te kijken hoe deze overnames plaats hebben gevonden, krijgen we een inzicht in de manier waarop Warren Buffett een bedrijf bekijkt en doorlicht.

 

Blue Chip Stamps 

Vlak na de overname van Berkshire Hathaway begon Buffett aandelen te kopen van de holding Diversified Retailing. De holding was eigenaar van verschillende bedrijven,waaronder het warenhuis Hochschild-Kohn in Baltimore.en Associates Retail Stores, een keten van 75 winkels in vrouwenkleding. Buffett kon Diversified Retailing kopen onder de boekwaarde en omschreef de mensen aan het hoofd van de holding als "eersteklas". Deze twee criteria waaraan werd voldaan konden niet voorkomen dat het warenhuis en de winkelketen het moeilijk hadden. Dit kwam doordat de economie minder vlot draaide. Drie jaar nadat Buffett Diversified Retailing had gekocht deed hij Hochschild-Kohn van de hand. In 1987 werd ook Associates Retail Stores verkocht.

De overname van Diversified Retailing was toch geen mislukking, omdat er nog drie andere bedrijven in de holding zaten. Eén van die bedrijven was Blue Chip Stamps.

Dit bedrijf bevoorraadde supermarkten en benzinestations met zegeltjes om aan de klanten te geven. Deze zegeltjes moesten ze in een boekje plakken, en dan kregen ze voor een vol boekje allerlei producten. Om deze producten te kopen, legden de supermarkten en benzinestations een geldreserve aan, die Blue Chip Stamps mocht beheren. Op een gegeven moment eind jaren zestig beheerde Blue Chip Stamps meer dan 60 miljoen dollar. Daarmee konden andere ondernemingen gekocht worden.Berkshire Hathaway kocht steeds meer aandelen van Blue Chip Stamps, ook Buffett. Na de overname van Diversified Retailing was het beleggingsfonds hoofdaandeelhouder van Blue Chip Stamps. In 1983 werd Blue Chip Stamps geheel van Berkshire Hathaway.

 

See's Candy Shops

In januari 1972 kocht Blue Chip Stamps de producent en verdeler van chocolade in doosjes, See's Candy Shops.

Deze was gevestigd aan de Westkust. See's was te koop en hun vraagprijs was $40 miljoen. Omdat See's nog $10 miljoen cash in portefeuille had, kostte het bedrijf eigenlijk $30 miljoen. Buffett deed een bod van $25 miljoen en de verkopers stemden toe. Chuck Higgings staat al sinds voor de overname door Berkshire aan het hoofd van See's. In 1995 was hij de baas over 225 snoepwinkels, die bij elkaar 27 miljoen pond snoepgoed per jaar verkopen. De omzet van 1993 was ongeveer $201 miljoen, en de bedrijfswinst was toen $24,3 miljoen. En dat terwijl het chocoladeverbruik in de VS steeds minder wordt! Volgens Higgings is er een formule voor zijn succes: Kwalitatief hoogstaande producten en een uitstekende service aan de klanten.

In 1982 werd voor See's $125 miljoen geboden, 5 keer de $25 miljoen die Buffett ervoor betaald had. Buffett besloot echter niet te verkopen, wat een goede beslissing was. De elf jaar erna bracht See's Berkshire 212 miljoen dollar op. De investering van Berkshire daarin was ‘slechts' $44 miljoen.

 

Buffalo News

Blue Chip Stamps kocht Buffalo News in 1977 voor 33 miljoen dollar van de erfgenamen van Edward H. Butler's weduwe. Het was een kinderdroom van Buffett om ooit een eigen krant te hebben. In zijn jeugd gaf Buffett samen met een vriend een pamflet uit met tips voor de gokkers bij de paardenrennen. Dat pamflet had de naam Stable Boy Selections. Buffett wist toen dat hij ooit een krant wide bezitten. Nu loopt hij overal trots te vertellen over ‘zijn' Buffalo News, en terecht.

Er zijn twee manieren om het succes van een krant te meten. De eerste is het percentage gezinnen dat dagelijks deze krant koopt. Op basis van dat percentage is Buffalo News de nummer één van de kranten uit de grootsteden. De tweede manier is het ‘nieuwsvolume': Het deel van de krant dat aan het nieuws gewijd is (en waar dus geen reclame staat). Buffalo News heeft een nieuwsvolume van 52,3%, hoger dan elke andere Amerikaanse krant.Buffalo News heeft dan ook een prijs gewonnen voor ‘meest nieuwsrijke' krant van de VS. Het nieuwsvolume bepaalt voor een groot deel de winstgevendheid van een krant. Dat komt doordat een krant met veel nieuws een uitgebreider en verscheidener publiek aan zal trekken, wat het percentage gezinnen dat dagelijks de krant koopt doet stijgen. Bedrijven weten dat en willen meer adverteren in de krant. Dat zijn allemaal extra inkomsten. Bovendien kon Buffalo News de kosten behoorlijk naar beneden brengen, waardoor het een krant kan blijven maken die niet geheel afhankelijk is van adverteerders.De leiding van hoofdredacteur Murray Light en uitgever Stan Lipsey is een grote factor in het succes van Buffalo News. Zij werken beiden voor Buffalo News sinds de overname door Blue Chip Stamps, dus al zo'n 30 jaar. Zij maakten van Buffalo News een van de meest vooraanstaande Amerkaanse kranten.

 

Nebraska Furniture Mart (NFM)

De Nebraska Furniture Mart is een éénwinkelcomplex in Omaha, en de grootste zaak in binnenhuisinrichting van de Verenigde Staten. Berkshire kocht in 1983 90% van de aandelen en de andere 10% bleef bij de familie die het bedrijf leidt. Mevrouw Rose Blumkin was de voorzitster van de raad van bestuur. In een apart hoofdstuk wordt Mrs. B., zoals zij door iedereen genoemd werd, als voorbeeld genoemd als het gaat om uitstekend management. Haar manier van doen is kenmerkend voor alle managers die voor Warren Buffett werken. Toen Buffett NFM overnam, was Mrs. B. 90 jaar oud! Ze werkte toen nog zeven dagen per week in de zaak. Haar zoon Louie Blumkin bleef directeur bij de overname, en zijn drie zonen Ron, Irv en Steve werkten ook in de onderneming. Mrs. B. had het motto: "Verkoop goedkoop, en vertel de waarheid". In 1983 haalde NFM een omzet van ongeveer 100 miljoen dollar. Tien jaar na de overname was de omzet gestegen tot 209 miljoen dollar en ontving Berkshire zo'n 78 miljoen dollar winst. Buffett was tevreden over het feit dat NFM toen nauwelijks schulden had. Eerst werd gedacht dat NFM niet meer kon groeien, omdat de bevolking in Omaha niet snel groeide en iedereen die in Omaha woonde er al inkopen had gedaan. Buffett zorgde ervoor dat het afzetgebied groter werd en mensen die honderden kilometers verderop woonden ook bij de Nebraska Furniture Mart hun inkopen zouden doen.

 

Voor de Nebraska Furniture Mart in Omaha

 

Borsheim's

Eén van de zussen van Mrs. B. kocht met haar man Louis Friedman een kleine juwelierszaak in 1948. Ook Friedman's zoon Ike en later Ike's zoon en schoonzoons werkten in de zaak. Ze hanteerden hetzelfde principe als Mrs. B.: "Verkoop goedkoop en vertel de waarheid". Dat zorgde voor veel succes. Ze hadden net als NFM één groot verkooppunt in plaats van een keten, waardoor ze de kosten laag konden houden dan de concurrenten. De verkoop steeg enorm. Ook zij hebben een heel groot afzetgebied,  mede door de postorderverkoop. De kosten liggen niet hoger dan 18% van de omzet. Bij de meeste concurrenten ligt dat percentage rond de 40%. Door die lage kosten kunnen ze de prijs ook verlagen, waardoor ze meer marktaandeel krijgen.

 

De Fechheimer Brothers Company

Bob Heldman, directeur van Fechheimer Brothers en aandeelhouder van Berkshire Hathaway, schreef in januari 1986 een brief aan Warren Buffett nadat hij de advertenties in het jaarverslag had gelezen. Hij was van mening dat zijn bedrijf volledig aan de eisen voldeed.Ze maakten een afspraak en in de zomer had Buffett er een onderneming bij. Fechheimer is de producent en verdeler van uniformen. Deze onderneming werd opgericht in 1842 en de Heldman-familie zijn eigenaar sinds 1941. De familie Heldman bestaat uit verschillende generaties die actief zijn in de zaak. Twee broers, Bob en George, leiden de zaak, samen met hun zoons Gary, Roger en Fred. De familie had geld nodig om enkele familieleden uit te kopen, en dus was de deal met Buffett de perfecte oplossing. Ze kregen van Berkshire Hathaway geld en behielden een participatie in de onderneming.

Buffett heeft tot vandaag de dag nooit een voet binnen gezet in één van de winkels. Volgens hem waren de vooruitzichten voor de uniformensector die tijd uitstekend. Ook met de familie zat het goed: Ze zorgden steeds voor een nieuwe generatie bedrijfsleiders.

Berkshire Hathaway betaalde in 1986 ongeveer 46 miljoen dollar, en kregen daarmee een belang van 84%. De omzet groeide daarop van $75 miljoen naar $122 miljoen. Per jaar kostte dat Berkshire zo'n $2 miljoen. Fechheimer bezorgt Berkshire 49 miljoen dollar winst per jaar.

 

De Scott & Fetzer Company

Scott Fetzer (De Scott & Fetzer Company) produceert allerlei producten waarvoor ze marktleider is in de betreffende sector, bijvoorbeeld Kirby-stofzuigers, de World Book Encyclopedia, verwarmingsketels, zinkputten, gereedschap en afvalwaterpompen van het merk Wayne, en compressoren van het merk Campbell Hausfeld.  

Het hoofdkantoor van deze onderneming bevindt zich in Westlake, Ohio met Ralph Schey aan het hoofd. Er zijn 17 vestigingen, die samen zorgen voor een jaarlijkse omzet van 700 miljoen dollar. Toen Buffett dit bedrijf overnam, splitste hij het in drie afdelingen: Kirby Stofzuigers, World Book en Scott Fetzer Manufacturing Group. Deze drie afdelingen werden geleid door Ralph Schey. In 1986 betaalde Berkshire $315 miljoen voor Scott Fetzer, wat één van de hoogste bedragen tot dan toe was voor een overname door Berkshire. Toch maakte de winst van Scott Fetzer dat meer dan goed: De drie afdelingen zorgen voor bijna 35% van de winst voor Berkshire buiten de verzekeringssector.

In 1992 werd een recordwinst behaald van 110 miljoen dollar. Buffett noemde dat opmerkelijk, omdat zij een eigen kapitaal hebben van 116 miljoen dollar en erg weinig schulden. Dit is wat Scott Fetzer zo bijzonder maakt. De winst groeit nog steeds gestaag. De reden van het succes? Volgens Buffett: Directeur Ralph Schey zelf.

 

H.H.Brown

Berkshire kocht in juli 1991 de H.H.Brown Shop Company. Deze onderneming produceert, importeert en verkoopt schoenen. De winst vóór belastingen bedroeg in 1992 25 miljoen dollar. Buffett zei hierover: "In het beste geval is de schoenenbranche een erg moeilijke sector". Een schoenenbedrijf moet dus een uitstekende leiding hebben om succes te verkrijgen. Toen Berkshire H.H.Brown overnam, nam Frank Rooney de leiding op zich.

In 1929 had Ray Hefferman H.H.Brown gekocht voor $10.000. Frank Rooney trouwde met de dochter van Hefferman. Op zijn trouwdag vertelde zijn schoonvader hem dat hij niet wilde dat Frank bij hem in de zaak kwam werken. Rooney besloot toen bij de Melville Shop Company te gaan werken, en werd daar uiteindelijk directeur. Toen Hefferman ziek werd op negentigjarige leeftijd, nam Rooney toch de leiding over. Ondanks de risico's die de schoenenbranche met zich meebrachten, kocht Buffett H.H.Brown. Dat deed hij om drie redenen: De onderneming was duidelijk winstgevend, Frank Rooney was bereid te zaak te blijven leiden en H.H.Brown had een ongewoon systeem van een jaarlijkse aanvullende vergoeding. De belangrijkste chefs kregen een salaris van $7.800 plus een percentage van de winst na herinvesteringen. Buffett vond dat buitengewoon goed. Vaak worden managers vergoed zonder naar winst, verlies of herinvesteringen te kijken.

 

Dexter Shoe

In de herfst van 1993 kocht Buffett een belang in Dexter Shoe, één van de grootste onafhankelijke schoenenproducenten in de VS. Het bijzondere aan deze overname was dat de eigenaars van Dexter Shoe betaald wilden krijgen in Berkshire-aandelen. Normaal gesproken betaalt Buffett het liefst met geld, maar hij wilde deze onderneming zo graag hebben dat hij een deel met 25.221 Berkshire-aandelen betaalde. Door het succes van H.H.Brown raakte Buffett vertrouwd met de schoenensector, en Dexter Shoe was hét bedrijf waar hij naar op zoek was. Dat had een paar redenen. De winst van Dexter Shoe steeg al jaren gestaag. Het bedrijf produceert schoenen die een gat in de markt vullen, namelijk mocassins en de boot-schoenen. Ook vindt Dexter Shoe lange termijn visie heel belangrijk, wat precies in Buffett's filosofie past. Buffett gaf toe dat hij Dexter Shoe hoe dan ook had gekocht, met aandelen of met cash.

Dit zijn de beste voorbeelden van bedrijven die door Buffett zijn geselecteerd. Er zijn zes criteria uit te halen die gebruikt worden door Buffett. De onderneming moet een hoog bedrijfsresultaat hebben vóór belastingen (Scott & Fetzer Company, de resultaten stijgen geleidelijk en onafgebroken (Dexter Shoe), er zijn weinig of geen schulden (NFM), er is een uitstekend management (Buffalo News), het is een simpel bedrijf zonder onbegrijpelijke technologie (See's Candy Shop) en de onderneming doet zelf een aanbod en noemt een prijs (Fechheimer Brothers Company).

 

Rose Blumkin, Nebraska Furniture Mart

Over Mrs. Blumkin, de inmiddels overleden directrice van de Nebraska Furniture Mart in Omaha, zei Warren Buffett het volgende:

"Als ik kon kiezen tussen een paar jaar naar Business School te gaan of een paar maanden met Mrs. Blumkin te werken zou ik gelijk voor haar kiezen. Het zouden een paar zware maanden worden, maar je zou daarna wel weten hoe je een zaak moet runnen. Je hoeft niets anders te weten dan wat zij doet."[1]

Onlangs memoreerde Warren Buffet Mrs Blumkin als volgt: "Ik zou nog liever met 2 grizzly beren vechten, dan de strijd aan te gaan met Mrs. Blumkin."

Managers van door Buffett overgenomen bedrijven zijn allemaal verschillend, maar hebben duidelijk ook overeenkomsten. Die overeenkomsten zijn niet toevallig. Buffett heeft ze precies op deze kwaliteiten geselecteerd. Mrs. Blumkin heeft al deze eigenschappen, en daarom bekijken we haar leven om een idee te krijgen van de criteria van Buffett als het gaat om het management.

 

Mrs. B.

Nebraska Furniture Mart (NFM) is een gewoon bedrijf dat geleid wordt door een toegewijde familie. Er zijn geen schulden en dus geen interest dat betaald moet worden. Door die kostenbesparing kan NFM lagere prijzen aanbieden aan haar klanten. Dat vergroot het marktaandeel en geeft een voordeel als het gaat om concurrentie (zie paragraaf 5 van hoofdstuk 2). De omzet en winst zijn jaar na jaar gestegen. Mrs. B. begon dit bedrijf op

44-jarige leeftijd, maar stopte pas na 60 jaar op 104-jarige leeftijd. NFM is een enorm succes. Er werken 1500 mensen (in het éénwinkelcomplex!) en er wordt jaarlijks voor $365 miljoen aan meubels verkocht. Wat zijn de geheimen van Mrs.B's succes?

 

Rose Gorelick werd geboren in 1893 in Schidrin, een Joods dorpje in Rusland. Ze was één van de acht kinderen in een arm gezin. Rose heeft nooit enige vorm van educatie gehad. Toen ze nog geen zes jaar oud was hielp ze mee in de supermarkt van haar moeder. Op 13-jarige leeftijd vertrok ze uit Schidrin. Ze liep op blote voeten (haar schoenen droeg ze over haar schouder om de zolen te sparen) zo'n 29 kilometer naar het dichtstbijzijnde treinstation. 

Ze ging 25 winkels af op zoek naar werk. Bij een wasserette kreeg ze een baan. Binnen drie jaar was ze de manager van de winkel en haar zes mannelijke collega's. In 1913 trouwde ze met Isadore Blumkin. Het jaar er na brak de Eerste Wereldoorlog uit, en Blumkin wilde niet vechten voor de Tsaar. Hij vluchtte naar Amerika en drie jaar later volgde Rose. Ze voegde zich bij haar man in Fort Dodge, Iowa. Later bleek dat haar geboortedorp was overvallen door de Duitsers en 1900 van de 2000 mensen in het dorpje waren vermoord.

 

Mrs. B. vond het leven in Fort Dodge moeilijk omdat ze geen Engels kon spreken. Daarom verhuisde ze naar Omaha, waar een kleine Joodse gemeenschap was met mensen die Russisch spraken. In 1919 openden ze een tweedehands kledingwinkel, die vrij goed liep. Binnen 4 jaar liep het zelfs zo goed, dat Mrs. B. haar familie uit Rusland over liet komen. Haar moeder, vader en 7 broers en zussen kwamen bij haar in huis wonen. Mrs. B. stuurde hen naar school en toen ze oud genoeg waren, kwamen ze in de zaak werken. Hiernaast had Mrs. B. ook 4 kinderen van haarzelf. In 1929, ten tijde van de Depressie, moest Mrs. B. bijspringen in de zaak. Ze adviseerde haar man de prijzen te verlagen. Ze ging het assortiment uitbreiden en zorgde voor nieuwe ideeën om te adverteren.

Begin 1937 leende Mrs. B. $500 van een broer, en opende daarmee een meubelzaak in de kelder van een andere winkel tegenover de kledingzaak van haar man. Ze vertrok naar Chicago om inventaris te kopen, en zei tegen de producenten: "Ik kom uit Omaha. Ik begin een meubelzaak. Ik heb geen geld. Maar je kan me vertrouwen. Ik zal betalen". De producenten reageerden: "Zoals we nu met jou praten, vertrouwen we je alles toe".

Ze kwam terug in Omaha met een totale waarde van $12.000 aan meubels. Op 7 februari 1937 werd de Nebraska Furniture Mart geopend, en na één advertentie had ze gelijk klanten. Naar eigen zeggen kwam dat door haar motto: "Verkoop goedkoop en vertel de waarheid."

 De echtgenoot van Rose overleed in 1950. Hun enige zoon Louis nam de zaak over vanaf 1948. Hij werd op zijn eigen manier een nationaal bekende zakenman. Mrs. B. bleef de tapijtafdeling voor haar rekening nemen. NFM had nooit geld geleend en hoefde dus nooit interest te betalen. Daardoor konden ze hun producten 20% tot 30% goedkoper aanbieden dan concurrenten. In de dertig jaren die volgden bleef de winkel groeien.

 De focus van Mrs. B. lag geheel bij het tevreden houden van de klanten met veel keus en uitstekende kwaliteit. Haar collega's brachten meer tijd door op de werkvloer met de klanten dan bij elke andere grote meubelzaak. Ze bracht 100% door op de werkvloer. Ze gaf nooit geld uit tenzij het in het belang van de klant was.

In 1983 liep Warren Buffett de Nebraska Furniture Mart in. NFM had toen een omzet van $88.6 miljoen. Buffett vertelde Mrs. B. dat hij de zaak wilde kopen. "Ik werd moe van de kinderen die de baas over me speelden. Dus ik dacht, ik zal het verkopen en dan mag hij de baas zijn." zei Mrs. B. later. Zonder haar boeken of inventaris te laten zien, vertelde ze Buffett dat alles betaald was, hoeveel geld er op de bank stond en schudde ze zijn hand. Ze verkocht 90% van de zaak voor $60 miljoen op 90-jarige leeftijd. Toen de contracten getekend werden, zette Mrs. B. een teken op het papier. Ze had nooit leren lezen of schrijven.

 

Toen Mrs. B. 91 was, werkte ze nog steeds fulltime in de zaak. Tegen een verslaggever zei ze: "Ik ga naar huis om te eten en slapen, en dat is het. Ik kan niet wachten tot ik het daglicht zie en ik weer naar de zaak kan".[1]

Over Mrs.B's kwaliteiten zei Buffett het volgende: "Ze onderzoekt hoe ze de beste kwaliteit aan de klant kan geven. Ze werkt meer dan ieder ander. Ze weet wat ze weet, en ze weet wat ze niet weet. Ze weet precies wat ze kan. Als je haar 10.000 tafels ofzo wil verkopen, weet ze hoe ze die moet kopen. Als je haar 100 aandelen van General Motors wil verkopen, zegt ze: "Vergeet het maar", want ze weet niks van General Motors aandelen."

De waarden van Rose Blumkin zijn samengevat:

-        De klant komt altijd eerst. Geef ze wat ze willen en dan zullen ze terugkomen.

-        Spendeer 100% van je tijd op de werkvloer.

-        Geef niks uit tenzij het in het belang van de klant is.

-        Wat je bespaart bereken je door aan de klant in de vorm van lage prijzen.

-        Maak geen schulden.

 

Wat gebeurt er na een overname door Warren Buffett?

Onderdeel van Buffett's strategie in de beleggingswereld is de juiste keuze te maken als het gaat om de overname van bedrijven. Om te onderzoeken wat er precies gebeurt na een eventuele overname, kijken we naar een brief van Buffett aan iemand die zijn familiebedrijf wilde verkopen. Deze brief is gepubliceerd in het Berkshire-rapport van 1990.

Wat stond er in de zojuist genoemde brief?

In de brief vertelt Warren Buffett dat Berkshire Hathaway niet over een afdeling ‘overnames' beschikt, en ook geen lading managers met een MBA-opleiding. Buffett zorgt nooit voor een nieuwe bedrijfsleiding nadat hij een onderneming over heeft genomen. Als hij een bedrijf overneemt, werkt dat vrij en onafhankelijk verder. Meestal blijven dezelfde familieleden aan het hoofd, die voor de overname ook al bij het bedrijf werkten. Buffett stimuleert een succesvolle bedrijfsleider juist om bij de onderneming te blijven werken.

Wegens de belasting neemt Buffett een meerderheidsparticipatie in een onderneming. De voormalige eigenaars houden meestal een minderheidsbelang over.

Buffett bemoeit zich alleen met de besteding van het kapitaal en de vergoeding van topmanagers. Op alle andere terreinen kunnen zij doen wat ze willen. Sommige managers overleggen met hem, sommigen niet. Volgens Buffett een kwestie van persoonlijkheid.

 

Buffett schreef ook het volgende in zijn brief:

Na de verkoop zal je niet rijker zijn dan tevoren. Je vermogen neemt gewoon een andere vorm aan. Je ruilt een belang in een familiezaak voor cash. Dat geld stop je uiteindelijk in aandelen en obligaties, waar je veel minder van afweet dan van de onderneming die je leidde.

 

Over te verdelen activa ontstaan vaak conflicten als het om een familiebedrijf gaat. Het is daarom ideaal om Berkshire een meerderheid van de aandelen te laten kopen en zelf een minderheidsbelang te hebben. De voormalige eigenaars verdelen de opbrengst onder de familieleden, maar behouden ook nog aandelen van de onderneming waar ze zoveel jaren in hebben gestoken. Buffett heeft een nieuwe winstgevende onderneming, maakt aanspraak op een deel van de winst en laat de dagelijkse leiding over aan de bestaande bedrijfsleiding.

 

Conclusie.

Samenvattend zullen de volgende dingen gebeuren na een overname:

- Buffett neemt een meerderheidsparticipatie in een onderneming.

- De bedrijfsleiding blijft hetzelfde, iets wat Buffett aanmoedigt.

- Buffett bemoeit zich alleen met de besteding van het kapitaal.

 

 

Nieuws

Nieuwsarchief

Meter

© 2008 - 2017 All Rights Reserved. Lunar Vermogensbeheer